Wat voor emoties en vraagstukken komen andere pleegouders tegen?

Als het nieuwe pleegkind er net is, zullen jij en het kind aan elkaars gewoonten, regels en eigenaardigheden moeten wennen. Andere pleegouders vertelden dat zij in deze periode goed nadenken over de manier waarop ze het kind willen laten wennen aan de onbekende gewoontes en regels, eventuele aanpassingen vanuit zichzelf en hoe ze om willen gaan met eventueel ongewenst gedrag. Iedere pleegouder zoekt daarin een manier die past bij zichzelf en bij het kind. Daarnaast kiezen veel ouders er ook voor om het kind ruimte te geven voor gewoontes uit het eigen gezin.

Uit de verhalen van andere pleegouders komt naar voren dat de omgang met het pleegkind minder vanzelfsprekend verloopt dan bij een kind van jezelf. Zij twijfelen regelmatig en proberen een manier te vinden hoe zij om kunnen gaan met verschillende morele en emotionele vraagstukken die pleegzorg met zich meebrengt, bijvoorbeeld vraagstukken als: hoever mag ik gaan in het fysieke contact met het kind? Mag ik de plaats van de eigen ouders innemen? Mag het pleegkind mij mama noemen? Mag ik een plaatsing afbreken als ik zie dat mijn eigen kinderen tekortkomen? Hoe ga ik om met negatieve gevoelens als de eigen ouders het kind tekort doen of afspraken niet nakomen? Hoe ga ik om met negatieve reacties uit de buitenwereld? Hierop is geen eenduidig antwoord te geven. Iedere ouder moet zijn eigen weg zien te vinden, maar het helpt om er met anderen over te kunnen praten.

Twijfels en steun

Als pleegouder kun je soms staan voor het dilemma dat je enerzijds graag wilt dat het pleegkind zichzelf durft te laten zien en deelt wat in hem of haar omgaat. Anderzijds kun je het moeilijk vinden als het pleegkind ongecontroleerd zijn of haar boosheid en verdriet uit. Je wilt niet dat het kind helemaal doordraait, maar je wilt het ook niet remmen in zijn uitingen. Pleegouders vertellen dat ze het moeilijk vinden om te weten of het gedrag van het pleegkind normaal is en te verklaren valt op basis van wat het kind heeft meegemaakt, of dat het abnormaal is en dat je aan de bel moet trekken. Wat is normaal? Je kampt op dat moment net als vele anderen met handelingsonzekerheid.

Een andere twijfel waar sommige pleegouders mee zitten is de positie van het pleegkind in het pleeggezin ten opzichte van de eigen kinderen. Een aantal pleegouders geeft aan dat zij proberen zo min mogelijk de nadruk op de verschillen te leggen. Maar het kan ook een opluchting zijn om hardop uit te durven spreken dat het pleegkind een ander gevoel geeft voor een pleegouder dan een eigen kind. Dit maakt het pleegkind niet minder dierbaar, maar wel anders dan een eigen kind.

‘Wij wilden hetzelfde voelen voor hem [pleegkind] als voor onze eigen kinderen, maar op een gegeven moment zei iemand: het is gewoon een pleegkind, het is anders, hij IS anders. En toen dacht ik: goh, dat is fijn, dat mag ook anders voelen.’

Sociale steun vinden ouders heel belangrijk en vaak kunnen zij op verschillende plaatsen terecht voor steun, zoals bij partner, familie en vrienden. Toch noemen een paar pleegouders ook negatieve dingen waar zij tegenaan lopen in het contact met hun familie en vrienden, zoals onwetendheid en het beeld van anderen dat je er zelf voor gekozen hebt en daardoor ook de moeilijke momenten gekozen hebt. Andere pleegouders noemen dan ook de rol van andere pleegouders: zij begrijpen waar je mee zit.

joomla template 1.6
© 2014 Ontwerppartners