Wat ervaren ouders van pleegkinderen na de wenperiode?

Het beeld van de ouders verandert of wordt genuanceerder naarmate de plaatsing vordert. Het kunnen samenwerken en communiceren met de pleegouders lijkt hiervoor bepalend. Daarnaast ontstaat een positieve mening bij sommige ouders doordat zij zien dat het een goed gezin is: het kind voelt zich er thuis, pleegouders en ouders willen hetzelfde voor het kind en er zit flexibiliteit in het contact. Deze mening is negatief wanneer de ouders het gevoel hebben dat ze niet kunnen samenwerken en communiceren met de pleegouders. Zo hebben sommige ouders het gevoel dat er geen begrip voor hun situatie is, de pleegouders de ouderrol overnemen of de pleegouders liegen of overdrijven. Dit heeft soms ook te maken met het verschil in achtergrond en aanpak van de ouders. Zo zijn er ouders die het niet normaal vinden dat hun kind tegen de pleegouders papa en mama zegt of die het jammer vinden dat de pleegouders niets met het geloof doen.

Hoewel de plaatsing in een pleeggezin soms al jaren terug is, blijven er heftige emoties mee verbonden. Zo zijn de ouders vaak nog steeds boos of verdrietig over hoe het gelopen. Aan de andere kant zijn de emoties gekoppeld aan henzelf, bijvoorbeeld in de vorm van schuld- en schaamtegevoelens. De ouders hebben het gevoel dat zij het verkeerd hebben gedaan. De ouders geven aan deze emoties te verbergen met de buitenwereld en vooral tegenover hun kind willen ze deze negatieve emoties niet tonen.

De toekomst roept bij de ouders vooral veel onzekerheid en angst op. Zij weten niet wat er allemaal met hun kind gaat gebeuren en zijn bang dat hun kind nooit meer terugkomt. Daarnaast blijven de ouders hopen. Zij blijven ‘vechten’, of met andere woorden: er volop in gaan en knokken voor je kind.

joomla template 1.6
© 2014 Ontwerppartners