Hoe is het voor een pleegkind om in een nieuw gezin te komen?

Het kind bevindt zich ten tijde van de overplaatsing in een ouderlijk vacuüm. Hiermee wordt bedoeld dat de eigen ouders op een afstand zijn en weinig zeggenschap hebben. In jullie gezin hebben ze (nog) niemand met wie ze een goede vertrouwensband hebben. Met de voogden en pleegzorgwerkers hebben de kinderen vaak geen persoonlijke band. Op zichzelf is het al een schokkende ervaring voor een kind om uit zijn of haar gezin gehaald te worden. Bovendien hebben veel pleegkinderen traumatische ervaringen achter de rug zoals verwaarlozing, mishandeling, overlijden van een ouder, verslaving of psychiatrische problematiek van hun ouders.

Pleegkinderen vertellen dat wanneer zij net in het nieuwe gezin zijn, zij vaak in de war, bang, verdrietig of zelfs boos zijn. Ze zijn in verwarring over wat hen - in hun beleving - zo onverwacht is overkomen. Ze missen het vertrouwde en weten niet meer wat er van hen verwacht wordt en waar ze bij horen. Dit kan verbonden worden met allerhande concrete zaken in hun omgeving, bijvoorbeeld angst voor het geluid van de koelkast, de baard van de pleegvader en angst om geslagen of weer weggestuurd te worden. Toch vertellen enkele pleegkinderen dat zij een hele positieve instelling hebben. Dit lijkt samen te hangen met acceptatie van wat onvermijdelijk is. Je kunt er niks aan veranderen, dus dan kun je het maar beter positief zien.

Bij het pleegkind hoort altijd een biologische familie. Voor het merendeel van de pleegkinderen speelt de familie nog een belangrijke rol. Vaak missen ze hun familie of zouden ze hun familie vaker willen zien. Het is goed om te beseffen dat het voor het pleegkind belangrijk is dat de eigen ouders niet worden vergeten, ook al kunnen ze daar niet wonen. Uit gesprekken met pleegkinderen blijkt dat hun ouders een grote rol spelen bij het accepteren van de plaatsing.

joomla template 1.6
© 2014 Ontwerppartners